Visie - Philippe Smith

Alle mensen hebben dezelfde artistieke kwaliteiten. De scheppende activiteit van de menselijke geest is geen activiteit die alleen maar van toepassing is voor een kunstenaar. Een kunstenaar is meer bezig met expressie en zo is hij/zij wat behendiger hierin.

Ware scheppende activiteit behoort toe aan de ‘vrije verbeelding’. Er is een verschil tussen vrije verbeelding en nabootsing. Als men een figuur, landschap of voorwerp probeert zo goed mogelijk na te schilderen dan wordt het voorwerp ‘nabootsing’ van de natuur. Een kunstenaar hoort ‘de werkwijze’ van de Natuur na te bootsen, ‘niet’ de oorspronkelijke natuurproducten.

Voor de Natuur na te bootsen is er geen enkele verbeelding of creativiteit nodig. Als expressie enkel een technische vaardigheid is dan wordt kunst een ambacht. Dan is het een natuurproduct. Als je het verborgen mysterie van de Natuur omarmt, dan pas komt er iets mooi en wonderlijk te voorschijn! Een kunstenaar moet een spreekbuis zijn van deze scheppende Natuur of werkelijkheid! Het is de originele uitvinding die telt.

Ware Kunst is eigenlijk een onbewuste oefening in voorstellingen, een expressie. Een kunstenaar vormt zich ‘een beeld’, dat er voorheen totaal niet was. Hij probeert de voorstellingen, die hij vormt vanuit zijn onbewust deel van de hersenen, over te brengen. Hierdoor komen het bewuste en het onbewuste deel van zijn geest samen. En zo schept de artiest genot en plezier in zijn vrije verbeelding, die zowel de menselijke natuur of werkelijkheid zelf overstijgt.

Scheppende kunst is een samenwerking tussen Natuur en Geest, tussen het bewuste en onbewuste, tussen vrijheid en realiteit. Expressie hoort een ‘open poort’ te zijn van de vrije verbeelding. Een uitbeelding van levenslust en de ware zin van het leven vanuit de ongrijpbare oneindigheid. De zin en blijdschap dat ik leef. Een gids in de richting van een dieper begrip van het leven.

Dergelijke expressie bevordert het zelfbewustzijn, de intellectuele en morele groei van zowel de kunstenaar als van de toeschouwers, de genieters van het beeld. Net daarom is het écht nodig dat in kunst het ‘gevoelsleven’ met uiterste zorg gecontroleerd, gewikt en gewogen wordt.

Kunst moet een uitnodiging zijn het leven te veranderen. Rijker, dieper en betekenisvoller te maken. De werking is dan ‘diepgaand en duurzaam’. De toeschouwer wordt betrokken in een strijd met zichzelf en komt zo tot ‘inzicht’. Want “dé grootste culturele kracht voor de mensheid is Kunst en inzicht in zijn fantasie”.

Nieuwe kunst moet ons bevrijden van de situatie waarin we terecht gekomen zijn. Het moet ‘meer’ zijn dan een gevoel of beleving en heeft tot taak ons dingen te doen voelen alsof we ze voor het eerst ervaren. Een bevrijding van onze emotionele druk door het verwerven van nieuwe inzichten.

Het spontane werk van de vrije creatieve verbeelding is betekenisvol en kwalitatief! Kunst ontwapent dan het hart. Het maakt ons empathischer, net als muziek. Een uitdrukking van vrijheid en ongeremde beweging. Een spel van vormen komt zo tot uiting in de vrije schoonheid. Zo ontstaan orde en evenwicht, eenheid en verscheidenheid verweven in een harmonische verhouding van kleuren en genot. Een uitvinding, een Inventio, authentiek en origineel.

Zo kan kunst ‘het Boek der Natuur’ uitstralen en wordt een Culturele Vader.